Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
grief Iaangevoerd dat de kantonrechter heeft verzuimd om onder de feiten te vermelden de onder 3.2 tot en met 3.7 van de memorie van grieven genoemde omstandigheden, alle betrekking hebbend op de sluiting van de vestiging Hoorn van [geïntimeerde] . Deze grief wordt verworpen. De rechtbank heeft de door [appellant] gestelde feiten terecht niet relevant geacht voor de beoordeling van het geschil. Voor het overige bestaat over de door de kantonrechter vastgestelde feiten geen geschil, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende.
3.Vergoeding
4.Eindafrekening
3.Beoordeling
- de totstandkoming van de bepaling en de partijbedoeling daarbij,
- de letterlijke tekst van de bepaling daarbij,
- de omstandigheid dat zowel de partijen bij het Sociaal Plan als bij de vaststellingsovereenkomst hebben bedoeld en beoogd een uitputtende regeling te treffen,
- de gedachte achter de bepaling,
- het feit dat de Infomap onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst van de werknemers en
- de toepassing van de bepaling in het verleden.