ECLI:NL:GHAMS:2015:5181
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij niet-inschrijving in rechtsmiddelenregister van uitspraak tot levering registergoed
Appellant stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin hij werd gelast medewerking te verlenen aan het opmaken en passeren van notariële aktes van boedelscheiding en particuliere hypotheek. De rechtbank bepaalde dat bij niet-naleving het dictum van het vonnis in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring en handtekening van appellant.
Volgens artikel 3:301 lid 2 BW Pro moet hoger beroep tegen een dergelijke uitspraak binnen acht dagen worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Het hof constateerde dat appellant deze inschrijving niet had verricht, waardoor hij niet ontvankelijk is in zoverre het hoger beroep betrekking heeft op dat deel van het vonnis.
Appellant voerde aan dat het voorschrift niet van toepassing zou zijn omdat het vonnis deels al was uitgevoerd en niet aan hem was betekend. Het hof verwierp dit en benadrukte dat het voorschrift geldt ongeacht uitvoering of betekening en dat het rechtsmiddelenregister essentieel is voor de griffier en het kadaster.
Het hof verklaarde appellant niet-ontvankelijk voor dat deel van het hoger beroep en verwees de zaak naar de rol voor het indienen van een memorie van grieven over de ontvankelijkheid van het overige hoger beroep. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover het betrekking heeft op het deel van het vonnis dat in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte.