ECLI:NL:GHAMS:2015:5254
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindigingsovereenkomst na ontslag op staande voet wegens diefstal
De werknemer trad in 1996 in dienst bij Magentazorg en werd in augustus 2013 op staande voet ontslagen wegens beschuldigingen van diefstal door twee bewoners. Na het ontslag sloten partijen een beëindigingsovereenkomst waarbij het ontslag werd ingetrokken en de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden werd beëindigd per 1 januari 2014. De werknemer stelde dat het ontslag onrechtmatig was en dat de beëindigingsovereenkomst tot stand was gekomen door misbruik van omstandigheden.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was en kende de werknemer een vergoeding toe, waarbij hij het beroep op misbruik van omstandigheden gegrond achtte. Magentazorg ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het hof stelde vast dat het geschil zich richt op de vraag of de beëindigingsovereenkomst vernietigbaar is wegens misbruik van omstandigheden, niet op de rechtsgeldigheid van het ontslag zelf. Het hof oordeelde dat Magentazorg redelijkerwijs kon aannemen dat het ontslag stand zou houden, gelet op de verklaringen van de bewoners en het onderzoek. Ook vond het hof dat de werknemer voldoende gelegenheid had om te reageren en dat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij onvoldoende bedenktijd had om juridisch advies in te winnen.
Daarom verwierp het hof het beroep op misbruik van omstandigheden en vernietigde het het vonnis van de kantonrechter. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen en zij werd veroordeeld tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen en de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de werknemer af en veroordeelt haar tot terugbetaling van ontvangen bedragen en proceskosten.