ECLI:NL:GHAMS:2015:5420
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.A.J. Dun
- C.M. Aarts
- A.M.A. Verscheure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende vergoeding bonusregeling na beëindiging arbeidsovereenkomst wegens geringe kans op toekomstige bonus
De zaak betreft een geschil over de toepassing en vergoeding van een bonusregeling in een arbeidsovereenkomst tussen [geïntimeerde] en meerdere rechtspersonen die gezamenlijk als werkgever worden beschouwd. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst vordert [geïntimeerde] een verklaring voor recht dat de bonusregeling blijft gelden en een vergoeding van de bonus.
Het hof bevestigt dat de bonusregeling volgens de arbeidsovereenkomst slechts geldt zolang de werknemer in dienst is op het moment van incasseren van de no cure no pay fee. De kantonrechter had eerder geoordeeld dat het onaanvaardbaar zou zijn als de werkgever zich op deze voorwaarde beroept, omdat de ontbinding grotendeels aan de werkgever te wijten was, en kende een vergoeding toe op basis van de situatie ten tijde van de ontbinding.
Het hof oordeelt echter dat de bonusregeling eindigt bij het einde van het dienstverband en dat nakoming daarvan na ontbinding niet aan de orde is. Tevens is de kans op het verkrijgen van een bonusuitkering op het moment van ontbinding te gering vanwege onzekerheden over toekomstige procesuitkomsten. Daarom wijst het hof de vorderingen af en veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot aanvullende vergoeding van de bonusregeling worden afgewezen wegens te geringe kans op bonusuitkering na beëindiging arbeidsovereenkomst.