Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1],
[GEÏNTIMEERDE SUB 2],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
- i) het frustreren van de deal met Itel;
- ii) het zich onvoldoende inzetten voor het tot stand komen van nieuwe deals in 2011;
- iii) het pas in november 2011 informeren van Molenbeek over de opdrachten die nog in de pijnlijn zaten;
- iv) het zaaien van tweespalt in de onderneming van UGH, waardoor Itel is afgehaakt.
fishing expedition”. Molenbeek heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aangedragen waaruit kan volgen dat zij mogelijk een vordering op [geïntimeerden] heeft. Molenbeek heeft om die reden geen rechtmatig belang bij inzage of afschrift van de bescheiden. Het hof overweegt daartoe als volgt.
due diligencemet medewerking van de taskforce, die mede voor Molenbeek optrad, immers ook informatie in een
dataroomter beschikking gesteld). Het enkele feit dat Itel reeds bij de eerste bespreking met de taskforce op 19 juli 2011 op de hoogte was van de slechte financiële situatie van UGH, leidt nog niet tot de conclusie dat [geïntimeerde sub 1] die informatie aan Itel heeft verstrekt. [geïntimeerden] hebben onweersproken aangevoerd dat UGH er financieel slecht voorstond en dat de salarissen reeds vanaf april 2011 niet volledig werden betaald. Aannemelijk is dat Itel zich voorafgaand aan de onderhandelingen omtrent de koop en verkoop van de aandelen in UGH in ieder geval enigszins zal hebben verdiept in de financiële omstandigheden van de onderneming. In het licht van het vorenstaande heeft Molenbeek onvoldoende feitelijk uiteengezet dat [geïntimeerde sub 1] mogelijk het verwijt kan worden gemaakt vertrouwelijke informatie aan Itel te hebben verstrekt.