Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
Het hogerberoepschrift is door het Hof ontvangen op 2 oktober 2014. Bij brief van 23 oktober 2014 is het beroep aangevuld met gronden.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, werkzaam in het buitenland voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, was eigenaar van een gemeubileerde woning in de gemeente Bergen die niet verhuurd was in 2010. De gemeente legde haar een aanslag forensenbelasting op omdat de woning meer dan 90 dagen per jaar voor haar of haar gezin beschikbaar zou zijn gehouden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de woning bestemd was voor verhuur en dat zij de woning feitelijk voor zichzelf of haar gezin beschikbaar hield. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de woning wel bestemd was voor verhuur, maar dat het haar niet was gelukt een huurder te vinden en dat zij door haar werkzaamheden in het buitenland en beperkte verlofdagen feitelijk nooit meer dan 90 dagen in de woning verbleef.
Het Hof stelde vast dat de woning in 2010 niet was verhuurd en dat belanghebbende de woning deels zelf gebruikte, niet slechts om deze voor verhuur gereed te maken. Volgens vaste jurisprudentie moet de woning als ter beschikking gehouden worden beschouwd voor het aantal dagen van eigen gebruik plus de dagen dat de woning niet werd gebruikt maar beschikbaar was. Het feit dat belanghebbende niet daadwerkelijk meer dan 90 dagen in de woning verbleef doet hieraan niet af.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat de aanslag forensenbelasting terecht was opgelegd en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag forensenbelasting wordt bevestigd.