ECLI:NL:GHAMS:2015:5715
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.L.D. Akkaya
- F.J.P.M. Haas
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing dwangakkoord wegens onvoldoende uiterste aanbod en redelijke weigering schuldeiser
In deze zaak heeft appellant [X] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord aan ING Bank werd afgewezen. [X] bood een schuldregeling aan gebaseerd op haar huidige uitkering, met een aflossing van 1,3% van de totale schuld, maar ING, als grootste schuldeiser met 96% van de schuld, weigerde in te stemmen.
Het hof oordeelde dat het verzoek slechts kan worden toegewezen indien ING in redelijkheid niet tot weigering kon komen, waarbij het uitgangspunt is dat schuldeisers in beginsel recht hebben op volledige voldoening van hun vordering. Het hof stelde vast dat onvoldoende was aangetoond dat het aanbod het uiterste was dat [X] financieel kon bieden. Er was geen bewijs dat zij niet meer kon verdienen dan het minimumloon, noch dat zij geen alimentatie kon verkrijgen van haar ex-partner.
Daarnaast mocht ING bepalen wie zij aansprakelijk stelde voor de schuld, zonder dat sprake was van misbruik van recht. Het hof concludeerde dat ING in redelijkheid tot weigering kon komen en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Het verzoek tot dwangakkoord werd daarmee afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot dwangakkoord af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.