ECLI:NL:GHAMS:2015:672

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 februari 2015
Publicatiedatum
3 maart 2015
Zaaknummer
23-003758-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis rechtbank inzake rechtmatigheid doorzoeking kelderbox en bezit cocaïne

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd dat verdachte cocaïne in een kelderbox bezat. De verdediging stelde dat de doorzoeking onrechtmatig was omdat de toestemming van de bewoner pas na de start van de doorzoeking zou zijn gegeven. Het hof verwierp dit verweer op basis van aanvullende processen-verbaal waaruit bleek dat de doorzoeking pas na toestemming was gestart.

De zaak betrof een doorzoeking van een kelderbox behorende bij een woning te Amsterdam, waarbij verdachte werd betrapt met cocaïne. De verdediging voerde aan dat het bewijs uitgesloten moest worden vanwege de vermeende onrechtmatigheid van de doorzoeking. Het hof oordeelde echter dat de toestemming tijdig was verleend en de doorzoeking rechtmatig was.

Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en voegde een nadere bewijsoverweging toe ter verduidelijking. Hiermee werd het bewijs van het bezit van cocaïne gehandhaafd en het verweer van de verdediging verworpen.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling en oordeelt dat de doorzoeking rechtmatig was omdat toestemming vooraf was gegeven.

Uitspraak

parketnummer: 23-003758-14
datum uitspraak: 27 februari 2015
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 18 september 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-702759-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1963,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 februari 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof het vonnis aanvult met de volgende bewijsoverweging.

Bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van een onrechtmatige doorzoeking van de kelderbox behorende bij de woning aan de [adres 2] te Amsterdam, nu de toestemming van de bewoner van nummer [adres 2] is gegeven om 15.45 uur, terwijl de doorzoeking reeds om 15.31 uur is gestart. De resultaten van die onrechtmatige doorzoeking dienen van het bewijs te worden uitgesloten, aldus de raadsman.
Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.
Uit de door het openbaar ministerie overgelegde aanvullende processen-verbaal van bevindingen van 22 september 2014 en 24 september 2014, beide opgesteld door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], blijkt dat het tijdstip dat in het dossier is opgenomen omtrent de doorzoeking niet juist is. De doorzoeking van de kelderbox behorende bij de woning aan de [adres 2] te Amsterdam is blijkens de genoemde aanvullende processen-verbaal van bevindingen pas gestart nadat daartoe toestemming was gegeven door de bewoner van die woning. Nu voorafgaande aan de doorzoeking daartoe toestemming is verleend door de bewoner van perceel [adres 2], is de doorzoeking rechtmatig geschied.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. N.A. Schimmel en mr. E.N. van der Spoel, in tegenwoordigheid van mr. N. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
27 februari 2015.
=========================================================================
[....]