ECLI:NL:GHAMS:2015:778
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij te late griffierechtbetaling door bankstoring in hoger beroep kort geding
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een kortgedingvonnis en het griffierecht te laat voldaan. De betaling van het griffierecht vond plaats na de uiterste termijn vanwege een langdurige computerstoring bij de bank, waardoor internetbankieren niet mogelijk was.
Appellant beriep zich op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv, stellende dat de vertraging buiten zijn macht lag en dat toepassing van de sanctie tot onbillijkheid van overwegende aard zou leiden. Het hof heeft de omstandigheden onderzocht en erkend dat de storing uitzonderlijk en onvoorzien was, en dat de advocaat van appellant meerdere spoedbetalingsopdrachten had gegeven die niet konden worden verwerkt.
Het hof oordeelde dat het niet kunnen vaststellen van de betaling door de storing niet voor risico van appellant komt en dat daarom de sanctie van artikel 127a lid 2 Rv niet toepasselijk is. De zaak werd verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord door geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof laat de sanctie van artikel 127a lid 2 Rv buiten toepassing vanwege onvoorziene bankstoring die tijdige betaling van griffierecht verhinderde.