Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
GEMEENTE VELSEN,
1.Het geding in hoger beroep
2. Feiten
3.Beoordeling
grieven 1 en 2bestrijdt [appellant] het oordeel van de kantonrechter dat bedoelde bijzondere omstandigheden zich niet voordoen.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vordert appellant terugbetaling van woonwagenrechten die hij over de periode van 1 juli 2005 tot 1 juli 2008 heeft betaald, omdat de Verordening 2005 waarop de aanslagen waren gebaseerd door het hof onverbindend was verklaard. De kantonrechter wees de vordering toe bij verstek, maar na verzet van de gemeente werd dit vonnis vernietigd en de vordering afgewezen.
Het geschil draait om de vraag of bijzondere omstandigheden bestaan die een uitzondering rechtvaardigen op de formele rechtskracht van de aanslagen. Het hof overweegt dat formele rechtskracht inhoudt dat een besluit als rechtsgeldig wordt beschouwd indien de bestuursrechtelijke rechtsgang niet is benut, ook als het besluit bij tijdige rechtsmiddelen vernietigd zou zijn.
Appellant stelde dat de gemeente de aanslagen onrechtmatig heeft opgelegd en dat de nihilstelling aan zijn dochter bijzondere omstandigheden oplevert. Het hof oordeelt dat appellant zelf de bestuursrechtelijke weg niet heeft benut en dat de onverbindendverklaring van de verordening alleen geldt voor het specifieke geschil. Ook het feit dat andere woonwagenbewoners niet betaalden leidt niet tot een uitzondering. De door de gemeente in een informatiebrief geuite erkenning van onrechtmatigheid vond bovendien plaats na het verstrijken van bestuursrechtelijke termijnen.
Daarom faalt het beroep van appellant en wordt het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af.