Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
de grieven I tot en met IIIaan dat de kantonrechter een aantal feiten onjuist dan wel onvolledig heeft weergegeven. Het hof zal hierna, voor zover relevant en door Brijder niet of niet voldoende weersproken, bij het vaststellen van de feiten met een en ander rekening houden. De feiten zijn in hoger beroep voor het overige niet in geschil en dienen derhalve in zoverre ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
3.Beoordeling
grieven IV tot en met VIII,die zich lenen voor gezamenlijke behandeling, strekken ten betoge dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst op eigen verzoek van [appellant] is beëindigd en tevens dat deze beëindiging niet het gevolg is van onbekwaamheid van [appellant] in de zin van de cao. Volgens [appellant] geeft de kantonrechter een te ruime uitleg aan het vereiste in hoofdstuk 14 van de cao dat de arbeidsovereenkomst “niet op eigen verzoek eindigt”. Toepassing van de zogenoemde “cao-norm” bij de uitleg hiervan leidt volgens [appellant] ertoe dat met het op eigen verzoek eindigen van de arbeidsovereenkomst slechts wordt gedoeld op de situatie waarin de arbeidsovereenkomst eindigt door opzegging van de werknemer. De uitleg die de kantonrechter heeft gegeven aan het criterium dat de arbeidsovereenkomst niet op eigen verzoek is geëindigd, leidt tot het weinig aannemelijke rechtsgevolg dat de werknemer die als eerste een eventuele beëindiging aan de orde durft te stellen dat moet bekopen met een ontzegging van het recht op wachtgeld. Voor zover de woorden “op eigen verzoek” niet slechts zouden verwijzen naar opzegging van werknemerszijde geldt dat dan toch beslissend is wie van partijen heeft besloten tot beëindiging. Volgens [appellant] is dat Brijder, die op 1 mei 2013 te kennen gaf het dienstverband te willen beëindigen en daarna een vaststellingsovereenkomst heeft opgesteld.