Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
(...) Ik kwam dinsdagavond thuis en ging de trap op (...). Aangekomen op de 1e etage staat mijn onderbuurman plots daar en begint me van alles agressief toe te roepen en heeft daarbij z’n broek half open. (…) Hij schreeuwt dat ik deur te hard dicht liet vallen en dat ik ook verantwoordelijk zou zijn voor alle geluidsoverlast. Het geluid waar ik zelf dus ook last van heb. Zijn houding is daarbij bedreigend, z’n taalgebruik grof en intimiderend. Na het voorval bel ik m’n vriend (...) op die zo snel als mogelijk komt. Hij belt aan bij de onderbuurman om 21:00 om te vragen wat er exact gebeurde. Hij stelt zich daarbij open op en steekt z’n hand uit om zich voor te stellen. (...) De buurman is in het contact met m’n vriend wederom bedreigend. Hij weigert direct de hand van m’n vriend, is wederom grof gebekt en roept luid verwensingen. Een normaal gesprek is geheel niet mogelijk. Na minder dan een minuut slaat hij zeer hard de deur in het gezicht van m’n vriend dicht. (…)
(...) Sinds ongeveer 2 jaar heb Ik ernstig overlast van de bewoner van [adres 1] midden in de nacht (Vaak meerdere keren op de nacht) komt hij naar de bovenste etage waar de bergingen zijn gelegen, hij sluipt naar boven, en gaat Dan veel lawaai maken door middel van met de deur te slaan, daarna sluipt hij weer naar beneden. Dit is ’n aantal maanden niet gebeurd (… ). Sinds enkele maanden is meneer weer terug en de overlast is weer in hevigheid toegenomen. (...) Reeds meerdere keren heb ik u (Ymere) en de politie op de hoogte gesteld van het gedrag van de bewoner an [adres 1] . (...)
.)
3.Beoordeling
eerste griefbetoogt [appellant] dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat hij vóór 5 april 2001, toen bij Ymere de eerste klacht tegen hem werd ingediend, al meermalen bij Ymere had geklaagd over de geluidsoverlast die hij van zijn buren ondervond. Hij beroept zich in dit verband op brieven van 24 januari 2011 en 17 februari 2011. Ymere heeft betwist de brief van 24 januari 2011 te hebben ontvangen. Die brief is ook niet in kopie gevoegd bij het schrijven van [appellant] van 18 april 2012, waarin naar die brief is verwezen (productie 15 bij de pleitnota van de advocaat van [appellant] in eerste aanleg). Dat die klachtbrief is gestuurd is niet voldoende aannemelijk geworden. De vermelding van een brief van 17 februari 2011 berust kennelijk op een verschrijving, aangezien Ymere heeft betwist een brief van die datum te hebben ontvangen en bij eerdergenoemd schrijven van 18 april 2012 wel een kopie is gevoegd van een klachtbrief van 17 februari 2012. Al met al is niet voldoende aannemelijk geworden dat [appellant] , zoals hij stelt, eerder dan 6 april 2011 bij Ymere over zijn buren heeft geklaagd. Deze grief faalt.
tweede, derde en vierde grieflenen zich voor gezamenlijke behandeling. De grieven houden, kort samengevat, in dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat voldoende aannemelijk is geworden dat [appellant] ernstige overlast heeft veroorzaakt in de vorm van geluidsoverlast en intimiderend gedrag jegens zijn buren.
vijfde griefgericht. Het hof volgt de voorzieningenrechter in haar oordeel. Twee maal is door anderen het initiatief genomen tot het starten van een Beter Buren-traject en twee maal is dat misgelopen door vertrek van [appellant] naar het buitenland. Zelf heeft [appellant] geen enkel initiatief genomen. Ook in hoger beroep is niet gebleken dat [appellant] enig inzicht heeft in zijn eigen aandeel in de problemen. Hij beroept zich in feite op het bestaan van een complot. Dat is geen vruchtbare basis voor welk gesprek dan ook.
zesde en zevende griefbestrijden de door de voorzieningenrechter aan de overlast verbonden consequentie van toewijzing van de ontruimingsvordering. [appellant] betwist dat Ymere voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Hij meent voorts dat Ymere onvoldoende feitelijk onderzoek heeft gedaan naar de gegrondheid van de klachten over en weer. Hij wijst op het grote belang dat hij heeft bij behoud van zijn woonruimte, omdat hij geen alternatieve huisvesting heeft en bovendien probeert zijn kinderen uit het buitenland naar Nederland te halen, hetgeen zonder vaste huisvesting illusoir is. De ontruimingstermijn van acht dagen acht hij onredelijk kort.
zevende griefkomt [appellant] op tegen de kostenveroordeling. Hij meent dat Ymere onnodig advertentiekosten heeft gemaakt voor het dagvaarden van “hen die verblijven”, aangezien naast hemzelf niemand in de woning woonde. Dit betoog wordt verworpen. Ter zitting in hoger beroep heeft Ymere toegelicht dat zij op grond van de omstandigheid dat [appellant] ook na het vertrek van [E] de berging is blijven bewonen, vreesde dat iemand anders in de woning woonde. Het hof acht dit begrijpelijk en ziet geen grond de kostenveroordeling aan te passen.