Uitspraak
1.[appellant sub 1] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
en de verwachting is dat dit niet op korte termijn gerealiseerd kan worden.
de Huurovereenkomst eenzijdig te ontbinden. (…)”
grieven 1 tot en met 18, die gezamenlijk kunnen worden besproken, houden in dat de kantonrechter de door haar in overweging 1 van het bestreden vonnis centraal gestelde vraag of [geïntimeerde] de huurovereenkomst buitengerechtelijk (per 1 februari 2014) heeft mogen ontbinden in overweging 7 ten onrechte bevestigend heeft beantwoord, alsmede dat de daartoe in de overwegingen 2 tot en met 6 gebruikte argumenten ondeugdelijk zijn.
grief 19komen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] op tegen de afwijzing van de door hen gevorderde contractuele boete van € 1.200,=. Zij voeren aan dat [geïntimeerde] sinds november 2013 de huurpenningen niet heeft betaald en om die reden op grond van art. 26 lid 2 AV Pro een boete verbeurt van € 300,= per maand, derhalve van € 1.200,= over vier maanden.
grief 21doel mist. Omdat zij ook in hoger beroep in het ongelijk worden gesteld, zullen [appellant sub 1] en [appellant sub 2] tevens in de desbetreffende proceskosten worden verwezen.