Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
2. Omvang probleem [bestuurder]
- A) de Belastingdienst begint een boekenonderzoek (niet-strafrechtelijk)
- B) de Arbeidsinspectie en de Siod doen een strafrechtelijk onderzoek. Na afloop hiervan wordt de Belastingdienst geïnformeerd, waarna een boekenonderzoek volgt.
- C) de Arbeidsinspectie en de Siod starten een strafrechtelijk onderzoek, waarbij de
- Belastingdienst aansluit met een boekenonderzoek (niet-strafrechtelijk).
Hof: belanghebbende) dat aan de voorwaarden van het krachtens artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht gestelde met betrekking tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel is voldaan. Ter zake van een vordering op basis van laatst genoemde artikel is een apart Proces-verbaal onder nummer 520200030/DOC6 opgemaakt dat is toegevoegd aan dit dossier.
Hof: belanghebbende respectievelijk [bestuurder]) genoemd in dit proces-verbaal, gebruteerd zal worden met het fiscale- en premiedeel, waardoor de Belastingdienst ten aanzien van deze verdachten fiscaal zag terugtreden.”
Hof: belanghebbende en [bestuurder]) op ABN/AMRO [rekeningnummer] , en niet de factuurdatum. (…)
Hof: [b]) zal hem maandag bellen voorafstemmen info.
Hof: naar belanghebbende en [bestuurder])
“Met de Belastingdienst Ondernemingen te Zaandam is bovenstaande besproken. Uitkomst van deze bespreking is, naast het eerder genoemde ten aanzien van de ruim veertig strafrechtelijk niet “mee te nemen” ondernemingen dat het eventuele te berekenen wederrechtelijk verkregen voordeel gerealiseerd door de verdachten 1 en 2 genoemd in dit proces-verbaal, gebruteerd zal worden met het fiscale- en premiedeel, waardoor de Belastingdienst ten aanzien van deze verdachten fiscaal zal terugtreden.”
waardoor de Belastingdienst ten aanzien van deze verdachten fiscaal zal terugtreden”?
: “Het aldus verkregen bedrag dient te worden vermeerderd met 1/3 deel aangezien geen premies en belasting zijn afgedragen over deze inkomsten, en de Belastingdienst Ondernemingen Zaandam, mede gelet op het tussen de Arbeidsinspectie Belastingdienst en UWV afgesloten convenant, voor wat betreft de fiscalisering terugtreedt en de mening is toegedaan dat dit deel van het voordeel eveneens kan worden meegenomen in de strafrechtelijke ontneming.”
: “Dit totale gezamenlijke voordeel betreft dan het verschil in loonsom dat betaald had dienen te worden (veelal het gebruteerde CAO-loon) te verminderen met het daadwerkelijk uitbetaalde loon, en eventueel andere gemaakte kosten.”
: “Gelet op alle feiten en omstandigheden is, waarbij met name punt van overweging is geweest dat het merendeel van de (mede)plegers van de in PV 520200030/DOC3 omschreven feiten, niet, zoals in dat proces-verbaal aangegeven is opgevoerd als dader, en dat bij een aantal van de gehoorde, en wel opgevoerde (mede)plegers het voordeel niet, of slechts voor een gering deel is neergevallen bij dezen, dan wel het eventuele voordeel lastig is te berekenen, voor de bepaling van, en de toerekening aan, in dit geval gekozen voor een andere methode. Deze methode, in overleg met het Openbaar Ministerie te Haarlem, is als volgt:
“Verklaring naar aanleiding van proces-verbaal, bij de Arbeidsinspectie bekend onder nummer 520200030/DOC3”
: “De vermeerdering met 1/3 ziet uitsluitend op de heffing van de Inkomstenbelasting c.q. Vennootschapsbelasting bij verdachten, aangezien het bij een berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel gaat om de ‘winst’ die verdachten hebben behaald met de strafbare gedragingen.
de gemachtigde van belanghebbendeals volgt verklaard:
de inspecteurals volgt verklaard:
: “Onderstaand de motivering die de grondslag voor jou zal kunnen vormen om [X B.V.] aan te merken als inhoudingsplichtige voor de LB. De motivering is te lezen in de motivering van het PV, en met zoveel woorden is overgenomen door de Rechtbank, is een afgeleide van de gronden die de Rechtbank heeft geformuleerd om tot het oordeel te komen dat [X B.V.] geen bemiddelaar is maar een werkgever.”
“Memo Multidisciplinair overleg over [bestuurder] ”van 24 juli 2002
.
“Besluiten van het overleg aanpak probleem [bestuurder] (cq [W B.V.] )”van 18 september 2002
.
.
de inspecteurals volgt verklaard:
3.Het oordeel van de rechtbank
4.Geschil in hoger beroep
5.Beoordeling van het geschil
cursivering Hof) “
Uitkomst van deze bespreking is, naast het eerder genoemde ten aanzien van de ruim veertig strafrechtelijk niet “mee te nemen” ondernemingen dat het eventuele te berekenen wederrechtelijk verkregen voordeel gerealiseerd door de verdachten 1 en 2 genoemd in dit proces-verbaal gebruteerd zal worden met het fiscale- en premiedeel, waardoor de Belastingdienst ten aanzien van deze verdachten fiscaal zag terugtreden.”
(cursivering Hof) “Het aldus verkregen bedrag dient te worden vermeerderd met 1/3 deel aangezien geen premies en belasting zijn afgedragen over deze inkomsten, en de Belastingdienst Ondernemingen Zaandam, mede gelet op het tussen de Arbeidsinspectie Belastingdienst en UWV afgesloten convenant, voor wat betreft de fiscalisering terugtreedt en de mening is toegedaan dat dit deel van het voordeel eveneens kan worden meegenomen in de strafrechtelijke ontneming.”
Op 18 april 2002 is naar aanleiding van bovenstaande overleg geweest tussen de Arbeidsinspectie, het Uitvoeringsinstelling Werknemersverzekeringen (UWV), de Belastingdienst, tussen welke organisaties in 1996 een convenant ter samenwerking is gesloten, en de Vreemdelingendienst.” en
en de Belastingdienst Ondernemingen Zaandam, mede gelet op het tussen de Arbeidsinspectie Belastingdienst en UWV gesloten convenant, voor wat betreft de fiscalisering terugtreedt en de mening is toegedaan dat dit deel van het voordeel eveneens kan worden meegenomen in de strafrechtelijke ontneming.”
6.Kosten
7.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens voorzover het de beslissingen betreft omtrent proceskosten en griffierecht;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslagen;
- vernietigt de boetbeschikkingen;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.572,50;
- gelast de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 478 voor het hoger beroep bij het Hof te vergoeden.