Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster diende een klacht in tegen de notaris vanwege onvoldoende voortvarende en onzorgvuldige afwikkeling van de nalatenschap van erflater, waaronder het niet tijdig regelen van verkoop van een woning, nalaten van het opzeggen van abonnementen en onvoldoende communicatie. De notaris aanvaardde het executeurschap nadat de eerste executeur was overleden.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht gegrond en legde een schorsing van twee weken op. De notaris ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde de beslissing. Het hof oordeelde dat de handelwijze van de notaris onzorgvuldig was en niet voldeed aan de eisen die aan een executeur worden gesteld. Ook reageerde de notaris onvoldoende op vragen en verzoeken van klaagster.
Het hof nam mee dat de notaris na een gesprek met de voorzitter van de kamer de afwikkeling niet binnen de redelijke termijn had afgerond en dat eerdere klachten tegen de notaris waren gegrond verklaard. De maatregel van schorsing werd passend geacht, ondanks bezwaren van de notaris over mogelijke negatieve gevolgen voor haar kantoor.
De nieuwe klacht van klaagster in hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. De schorsing geldt van 30 mei tot en met 12 juni 2016.
Uitkomst: De schorsing van de notaris voor de duur van twee weken wordt bevestigd wegens onzorgvuldige afwikkeling van de nalatenschap en onvoldoende communicatie.