Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding na verwijzing door de Hoge Raad
2.De feiten en omstandigheden
3.Het geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een verzoek van de biologische vader tot vervangende toestemming tot erkenning van zijn dochter, na vernietiging van een eerdere beschikking door de Hoge Raad. De moeder had toestemming gegeven aan een ander om het kind te erkennen, maar de vader had tijdig een verzoek tot vervangende toestemming ingediend.
Het hof overweegt dat de toestemming van de moeder aan een ander slechts voorwaardelijk was zolang niet definitief een verzoek tot vervangende toestemming was geweigerd. Het hof weegt de belangen van de vader, moeder en het kind af, waarbij het belang van het kind en de vader op erkenning als familierechtelijke rechtsbetrekking zwaarwegend is. Hoewel er sprake was van spanningen en een incident van huiselijk geweld in het verleden, acht het hof de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind niet zodanig geschaad dat vervangende toestemming moet worden geweigerd.
De erkenning door de ander wordt nietig verklaard en doorgehaald. Het hof houdt de beslissing over de omgangsregeling aan voor nader onderzoek, waarbij een begeleide omgang wordt overwogen. De zaak wordt aangehouden tot 11 december 2016, met het verzoek aan de Raad voor de Kinderbescherming een schriftelijk advies uit te brengen.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming tot erkenning aan de biologische vader en verklaart de eerdere erkenning door een ander nietig.