Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
grieven IV tot en met VIIte behandelen, welke grieven, zoals onder 3.2 vermeld, zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de door [appellant] gestelde onrechtmatige daad van de gemeente.
grief VIIIfaalt dus. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. De grieven I tot en met III, die zien op de causaliteit tussen de wijziging van de infrastructuur en de schade aan de woning, behoeven geen bespreking, evenmin als de in dat kader door partijen overgelegde (deskundige) rapportages. [appellant] heeft geen stellingen concreet te bewijzen aangeboden die, indien juist, tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. Als de in appel grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden verwezen in de desbetreffende proceskosten.