ECLI:NL:GHAMS:2016:2171
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.H.F.M. Cortenraad
- R.J.F. Thiessen
- C.G. Kleene-Eijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet wegens dreigende uitlatingen
De werknemer, in dienst sinds 2009 als chauffeur bij [X], werd op 2 oktober 2015 op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk doen van dreigende uitlatingen jegens leidinggevenden. Het ontslag werd mondeling meegedeeld en schriftelijk bevestigd. De werknemer stelde dat het ontslag onterecht was en vorderde wedertewerkstelling en loondoorbetaling.
De kantonrechter wees deze vorderingen af omdat de werknemer niet binnen de wettelijke termijn van twee maanden een verzoek tot vernietiging van het ontslag had ingediend. Het hof bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het verzuim niet kan worden hersteld via artikel 69 Rv Pro. Tevens is vernietiging van ontslag op staande voet niet mogelijk in kort geding.
Het hof concludeert dat het ontslag rechtsgeldig is en dat de arbeidsovereenkomst op 2 oktober 2015 is geëindigd. De vorderingen tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling zijn daarom niet toewijsbaar. Het beroep op artikel 69 Rv Pro faalt, omdat dit artikel geen herstel biedt voor het niet tijdig indienen van het verzoek tot vernietiging. Het hoger beroep wordt afgewezen en de kosten worden aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag op staande voet wordt als rechtsgeldig bevestigd.