ECLI:NL:GHAMS:2016:2516
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rechtspersoon wegens onvoldoende bewijs niet-openbaarmaking jaarrekening
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte, een rechtspersoon, de jaarrekening over het boekjaar 2011 tijdig openbaar heeft gemaakt door deze neer te leggen bij de Kamer van Koophandel. De rechtbank had de verdachte veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak de verdachte vrij.
Tijdens het hoger beroep stelde de gemachtigde van de verdachte dat de jaarrekening per post was toegezonden aan de Kamer van Koophandel, samen met de jaarrekening van een aandeelhouder. Deze gang van zaken was volgens het hof aannemelijk, mede omdat eerdere jaarrekeningen ook op deze wijze waren verzonden zonder problemen.
Het hof stelde vast dat noch de Belastingdienst noch het Openbaar Ministerie navraag hadden gedaan bij de Kamer van Koophandel om te verifiëren of de jaarrekening daadwerkelijk was ontvangen. Door het ontbreken van deze navraag kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de jaarrekening niet was ingediend.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 juni 2016.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de jaarrekening niet is ingediend bij de Kamer van Koophandel.