Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2]
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Feiten
grief 1betogen [appellanten] dat de feitenvaststelling onvolledig is. Deze grief faalt omdat het de rechtbank vrij stond slechts die feiten vast te stellen die zij nodig oordeelde om tot haar beslissing te komen. Met hetgeen [appellanten] in verband met deze grief hebben aangevoerd zal het hof bij de beoordeling echter rekening houden. De juistheid van de vastgestelde feiten is in hoger beroep niet in geschil en die feiten dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt.
3.Beoordeling
grieven 3 tot en met 7 en 9bestrijden de conclusie van de rechtbank dat de opvolgende eigenaren van perceel [perceel 1] gedurende minimaal twintig jaar het voortdurend en ondubbelzinnig bezit hebben gehad van het perceeltje en de argumenten die de rechtbank daaraan ten grondslag heeft gelegd. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
a) Het perceel nr. 7500 - inclusief de steeg die aan de zijkant en achterzijde van mijn eigendom loopt - slechts sporadisch zijn gebruikt en sterk zijn verwaarloosd sinds mevrouw [ [geïntimeerde sub 1] ] (…) in 1997 eigenaar is geworden.
grieven 8 en 10reeds als volgt. [appellanten] stellen dat in het verleden door of namens [geïntimeerde sub 1] het bezit van het perceeltje is opgegeven en/of de eigendom daarvan van [appellanten] is erkend. Zij wijzen in dit verband op de onder 2.2 sub a beschreven splitsing, de civielrechtelijke procedure tussen [F] en [geïntimeerde sub 1] , de besprekingen tussen [appellanten] en [Y] en de gevoerde bestuursrechtelijke procedures.
4.Beslissing
uiterlijk op 26 juli 2016 schriftelijk en onder opgave van de verhinderdata van alle voornoemde betrokkenen in de periode van augustus tot en met oktober 2016 aan het (enquêtebureau van het) hof dient te verzoeken een nieuwe datum te bepalen;