ECLI:NL:GHAMS:2016:3320
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medewerking echtpaar
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 5 april 2016 het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2016 bekrachtigd, waarbij de schuldsaneringsregeling van een echtpaar tussentijds werd beëindigd. Het echtpaar had onvoldoende informatie verstrekt aan de bewindvoerder en niet voldaan aan de sollicitatieplicht.
De vrouw voerde medische beperkingen en een gebrekkige taalbeheersing aan, maar het hof oordeelde dat deze omstandigheden niet verhinderen dat zij aan haar verplichtingen voldoet. Er was geen bewijs van arbeidsongeschiktheid door een keuringsarts en hulp had kunnen worden ingeschakeld. Ook de zorg voor haar man en zes kinderen werd niet als reden geaccepteerd om niet te solliciteren.
Het echtpaar had meerdere kansen gekregen, waaronder een verhoor bij de rechter-commissaris, maar toonde geen gedragsverandering. Het verzoek om de zaak aan te houden voor het overleggen van een psychiatrische diagnose en het volgen van een inburgeringscursus werd afgewezen. De tekortkomingen waren ernstig en verwijtbaar, waardoor de tussentijdse beëindiging gerechtvaardigd was.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medewerking van het echtpaar.