ECLI:NL:GHAMS:2016:3336
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating schuldsanering wegens ontbreken uitzichtloze situatie
Appellant [X] heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling door de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat appellant niet zou kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, ondanks zijn financiële druk en overwerk.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn schuldenlast van ruim €97.700, bestaande uit belastingvordering, restschuld hypothecaire lening en een privélening, niet binnen een redelijke termijn kan worden afgelost. Hij stelde dat hij op het bestaansminimum leeft en dat de lange aflostermijn van circa 25 jaar zijn situatie uitzichtloos maakt, met mogelijke gezondheidsklachten als gevolg.
Het hof heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven. Uit het dossier bleek dat appellant en zijn ex-partner maandelijks €500 aflossen op de hypotheekschuld en dat appellant tot nu toe €6.500 heeft afgelost. Er was geen bewijs dat zijn inkomsten ontoereikend zijn om deze aflossing voort te zetten. Het ervaren financiële beslag en stress zijn onvoldoende om te concluderen dat hij niet kan voortgaan met betalen.
Het hof verwierp tevens de stelling dat toelating tot de schuldsaneringsregeling mogelijk is indien schulden niet binnen acht jaar kunnen worden afgelost, omdat deze juridische grondslag ontbreekt. Gezien deze omstandigheden is appellant niet in een uitzichtloze situatie zoals bedoeld in artikel 288 lid 1 sub a Fw Pro en kan hij zijn betalingsverplichtingen voortzetten.
Het hof heeft daarom het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling definitief afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens ontbreken van een uitzichtloze situatie.