ECLI:NL:GHAMS:2016:3496
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over verjaring recht op dwanginvordering belastingaanslagen
De zaak betreft een hoger beroep van [X] tegen de Ontvanger van de Belastingdienst Amsterdam inzake verjaring van het recht op dwanginvordering van aanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting over de periode 1994 tot en met 2009.
De rechtbank had geoordeeld dat de verjaring niet was ingetreden omdat de Ontvanger rechtsgeldig had betekend op het adres waar [X] in de GBA stond ingeschreven. [X] voerde aan dat de feitelijke woonplaats doorslaggevend is en dat de Ontvanger had moeten controleren of hij daadwerkelijk op dat adres woonde. Tevens stelde hij dat eerdere dwangbevelen herbetekend hadden moeten worden.
Het hof overweegt dat de Ontvanger niet verplicht was de feitelijke woonplaats te verifiëren als [X] in de GBA op het adres stond ingeschreven en dat betekening op dat adres rechtsgeldig was. De stuiting van verjaring door betekeningen in 1999, 2004, 2008 en 2012 is voldoende. Het standpunt dat slechts één dwangbevel per aanslag mag worden uitgevaardigd wordt verworpen. De grieven van [X] falen en het hof bekrachtigt het bestreden vonnis, wijst de kosten toe aan de Ontvanger en verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het recht op dwanginvordering niet is verjaard en verklaart de betekening op het GBA-adres rechtsgeldig.