ECLI:NL:GHAMS:2016:3915
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huurprijsgeschil over vermeende substantiële huurverlaging bedrijfsruimte Borstblok-complex
De gemeente Amsterdam en [X] B.V. zijn in hoger beroep verwikkeld in een geschil over de huurprijs van een winkelruimte in het Borstblok-complex. [X] stelt dat de beheerder namens de gemeente een substantiële huurverlaging heeft toegezegd, terwijl de gemeente dit ontkent en spreekt van een fout in de facturering.
De kantonrechter had in eerste aanleg geoordeeld dat de huurverlaging was overeengekomen, maar het hof herwaardeert het bewijs. Getuigen van [X] verklaren eensluidend over onderhandelingen met de beheerder over een huurverlaging, terwijl de beheerder zelf ontkent een dergelijke toezegging te hebben gedaan. Het hof acht de verklaringen van de getuigen onvoldoende betrouwbaar en concludeert dat de vermeende toezegging niet is bewezen.
Het hof oordeelt dat [X] de huur moet betalen conform de oorspronkelijke overeenkomst en veroordeelt haar tot betaling van €347.347,77 aan achterstallige huur, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat de gemeente geen ontbinding van de huurovereenkomst heeft gevorderd. De gemeente wordt in het gelijk gesteld en [X] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: [X] wordt veroordeeld tot betaling van €347.347,77 aan achterstallige huur en de vordering tot ontruiming wordt afgewezen.