ECLI:NL:GHAMS:2016:4058
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderzoek notaris naar transactie en weigering medewerking volgens Wet op het notarisambt
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een notaris voldoende onderzoek had verricht naar een woningtransactie om te bepalen of hij medewerking aan de transactie moest weigeren op grond van artikel 21 lid 2 van Pro de Wet op het notarisambt. De transactie betrof de levering van een woning waarbij een bedrag van €110.092,74 werd overgemaakt vanaf een bankrekening van een derde partij.
De Officier van Justitie stelde dat de notaris onvoldoende onderzoek had gedaan, mede vanwege ongewone omstandigheden zoals het ontbreken van GBA-adressen van betrokkenen, een snelle overdracht en correspondentie in het Engels. Het hof beoordeelde dat de notaris navraag had gedaan naar de herkomst van de gelden en documenten had ontvangen waaruit bleek dat de gelden rechtmatig waren toegekend op grond van een vonnis.
Het hof stelde vast dat er geen gegronde reden was om te vermoeden dat de documenten vals waren en dat de notaris ook kritische vragen had gesteld aan de koper. Informatie die de Officier van Justitie achteraf op basis van strafrechtelijk onderzoek had verkregen, was niet doorslaggevend. De klacht tegen de notaris werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden beslissing vernietigd.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt ongegrond verklaard omdat hij voldoende onderzoek heeft gedaan naar de transactie.