ECLI:NL:GHAMS:2016:4058

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 oktober 2016
Publicatiedatum
13 oktober 2016
Zaaknummer
200.174.906/01 NOT
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 lid 2 Wet op het notarisambt
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling onderzoek notaris naar transactie en weigering medewerking volgens Wet op het notarisambt

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een notaris voldoende onderzoek had verricht naar een woningtransactie om te bepalen of hij medewerking aan de transactie moest weigeren op grond van artikel 21 lid 2 van Pro de Wet op het notarisambt. De transactie betrof de levering van een woning waarbij een bedrag van €110.092,74 werd overgemaakt vanaf een bankrekening van een derde partij.

De Officier van Justitie stelde dat de notaris onvoldoende onderzoek had gedaan, mede vanwege ongewone omstandigheden zoals het ontbreken van GBA-adressen van betrokkenen, een snelle overdracht en correspondentie in het Engels. Het hof beoordeelde dat de notaris navraag had gedaan naar de herkomst van de gelden en documenten had ontvangen waaruit bleek dat de gelden rechtmatig waren toegekend op grond van een vonnis.

Het hof stelde vast dat er geen gegronde reden was om te vermoeden dat de documenten vals waren en dat de notaris ook kritische vragen had gesteld aan de koper. Informatie die de Officier van Justitie achteraf op basis van strafrechtelijk onderzoek had verkregen, was niet doorslaggevend. De klacht tegen de notaris werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden beslissing vernietigd.

Uitkomst: De klacht tegen de notaris wordt ongegrond verklaard omdat hij voldoende onderzoek heeft gedaan naar de transactie.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.174.906/01 NOT
nummer eerste aanleg : 14-54
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 11 oktober 2016
inzake
de Officier van Justitie te [plaats] ,
appellant,
tegen
[naam] ,
notaris te [plaats] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. C.A.M.J. Raymakers, advocaat te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Het hof heeft in deze zaak op 17 mei 2016 een tussenbeslissing gegeven. Het hof verwijst daarnaar.
1.2.
Appellant (hierna: klager) heeft bij (fax)brief van 10 juni 2016 zich nader uitgelaten. De notaris heeft bij (fax)brief van 13 juli 2016 daarop gereageerd. Partijen hebben niet verzocht om een mondelinge behandeling.

2.Verdere beoordeling

2.1.
Het hof blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenbeslissing.
2.2.
Zoals het hof heeft weergegeven in de tussenbeslissing onder 3.2.1. gaat de zaak inhoudelijk om de volgende transactie:
De notaris heeft op 21 september 2010 een akte verleden waarbij de woning aan [adres] is geleverd aan [naam] (hierna: [X] ). In verband met deze levering is een bedrag van € 110.092,74 op de kwaliteitsrekening van de notaris overgemaakt vanaf een bankrekening op naam van [Y] .
2.3.
Volgens klager riep de transactie vragen op en heeft de notaris onvoldoende onderzoek daarnaar gedaan. De vragen hadden met name betrekking op de volgende omstandigheden.
Twee particulieren hebben op 15 september 2010 een koopovereenkomst ondertekend en al op dezelfde dag is [X] bij de notaris geweest om een volmacht op te laten maken. [X] werd daarbij vergezeld van [Z] , die werkzaam was bij makelaarskantoor [A] en het woord voerde. De overdracht moest reeds zes dagen daarna plaatsvinden. Er was een geldleningsovereenkomst van 14 september 2010, waarbij [Y] exact het benodigde bedrag leende aan [X] , terug te betalen binnen drie maanden. Er werd geen zekerheid gesteld. [X] had op dat moment geen GBA-adres. [Y] komt evenmin in het GBA voor. De correspondentie met [Y] vindt plaats in de Engelse taal.
2.4.
Het hof moet beoordelen of de notaris voldoende onderzoek naar de onderhavige transactie heeft gedaan om te kunnen vaststellen of hij ingevolge het bepaalde in artikel 21 lid 2 van Pro de Wet op het notarisambt medewerking aan de transactie behoorde te weigeren. Wat van de notaris in dit opzicht werd verlangd, hangt af van de aard van de transactie, van hetgeen de notaris ten tijde van de transactie bekend was of moest zijn en van de overige omstandigheden van het geval. Informatie en inzichten die klager op basis van strafrechtelijk onderzoek achteraf over de transactie heeft verkregen, zijn niet doorslaggevend.
2.5.
De notaris heeft het volgende aangevoerd. De woning was reeds eerder verkocht, maar de koper is destijds niet voor het passeren van de akte van levering verschenen. De gegevens van de verkoper en de woning waren dus reeds voorhanden. Er rustte geen hypotheek op de woning. Toen de makelaar meedeelde dat een andere koper was gevonden, [X] , kon de overdracht op korte termijn worden gerealiseerd. De identiteit van de verkoper en de koper is geverifieerd. Wat betreft de financiering is een originele schuldbekentenis getoond. De herkomst van de gelden is nagevraagd, waarop een staat van verdeling van de rechter-commissaris van de rechtbank Den Haag van 29 juni 2010 is verstrekt, volgens welke staat [Y] en een zekere [naam] op grond van een vonnis van 7 juli 2009 recht hadden op een bedrag van € 211.806,50.
2.6.
Naar het oordeel van het hof heeft de notaris, zoals van hem in dit geval mocht worden verlangd, navraag gedaan naar de herkomst van de gelden die voor de betaling van de koopprijs zouden worden aangewend. Niet gebleken is dat de notaris gegronde reden moest hebben om te vermoeden dat de hem verstrekte documenten vals waren. Overigens blijkt ook uit een verklaring die [X] later tegen de politie heeft afgelegd, dat hem kritische vragen zijn gesteld. De klacht is dus ongegrond.
2.7.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen bespreking omdat dit niet tot een andere beslissing kan leiden.
2.8.
Hetgeen hiervoor is overwogen, leidt tot de volgende beslissing.

3.Beslissing

Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing van de kamer en doet opnieuw recht;
- verklaart de klacht ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, J.C.W. Rang en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2016 door de rolraadsheer.