Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
grief 1als
grief 2faalt.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vordert Liander schadevergoeding wegens elektriciteitsfraude in een woning waar een hennepplantage was ingericht. De kantonrechter oordeelde dat appellant en zijn vader hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade veroorzaakt door illegale stroomafname buiten de meter om in de periode van februari 2013 tot 17 januari 2014.
Appellant erkende het aanleggen en exploiteren van de hennepplantage en de frauduleuze handelingen aan de meetinstallatie. Hij stelde in hoger beroep dat de periode van illegale stroomafname korter was dan door Liander gesteld, onder meer verwijzend naar de strafrechtelijke veroordeling die een kortere periode besloeg.
Het hof overweegt dat de civiele rechter vrij staat om een langere periode vast te stellen dan de strafrechter, mits dit voldoende is onderbouwd. Op basis van het rapport van de fraudespecialist en bijbehorende indicatoren acht het hof de door Liander berekende periode en schade omvangrijk en voldoende gemotiveerd. De bezwaren van appellant, waaronder de stelling dat vervuiling door verbouwing werd veroorzaakt en dat hulpmaterialen tweedehands waren, zijn onvoldoende onderbouwd.
Daarom faalt het hoger beroep en wordt het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant tot betaling van de volledige schadevergoeding en proceskosten.