Uitspraak
mr. I.M.C.A Reinders Folmer, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. E.P. Groenewegen-Caris, kantoorhoudende te Den Haag.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat centraal of de geschillenregeling van artikel 2:335 BW Pro van toepassing is op Orthocenter N.V., nu met medewerking van de vennootschap certificaten aan toonder zijn uitgegeven. [A], minderheidsaandeelhouder, vordert onder meer overname van haar aandelen tegen een door deskundigen vast te stellen koopprijs en stelt dat de uitgifte van certificaten onrechtmatig is.
De rechtbank Noord-Holland wees de primaire vordering van [A] af omdat de statuten geen verbod op uitgifte van certificaten aan toonder bevatten, waardoor de geschillenregeling niet van toepassing is. De Ondernemingskamer bevestigt deze beoordeling en overweegt dat ondanks de problematiek voor [A] als minderheidsaandeelhouder, toepassing van de geschillenregeling naar analogie te ver gaat.
De Ondernemingskamer benadrukt dat de regeling een specifieke rechtsgang is met nauw omschreven toepassingsvoorwaarden en dat andere rechtsmiddelen voor [A] beschikbaar zijn. De Kamer bekrachtigt het vonnis voor zover de primaire vordering is afgewezen en verklaart zich onbevoegd voor het overige hoger beroep, waarna de zaak wordt verwezen naar de meervoudige burgerlijke kamer voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Ondernemingskamer bekrachtigt het vonnis dat de geschillenregeling niet van toepassing is en verklaart zich onbevoegd voor het overige hoger beroep, waarna de zaak wordt verwezen naar de meervoudige burgerlijke kamer.