ECLI:NL:GHAMS:2016:5103
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in drugshandelzaak
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet en diefstal, gepleegd tussen oktober 2010 en maart 2011. Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €37.269,60, welke maatregel door de politierechter werd opgelegd.
De veroordeelde ging in hoger beroep tegen zowel het strafvonnis als de ontnemingsmaatregel. Het gerechtshof Amsterdam bevestigde het vonnis van de politierechter bij arrest van 25 november 2016, waarbij het hof tevens het ter terechtzitting gevoerde verweer besprak. De verdediging betwistte het aantal oogsten in de hennepkwekerij en voerde aan dat gebruikte apparatuur tweedehands was, waardoor de constatering van meerdere oogsten onvoldoende zou zijn.
Het hof verwierp dit verweer wegens gebrek aan onderbouwing en onverenigbaarheid met de feitelijke constateringen van het forensisch team. Ook het verweer omtrent betaalde huurpenningen behoefde geen nadere bespreking. Het hof bevestigde derhalve het vonnis en de ontnemingsmaatregel van €37.269,60.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis en legt ontnemingsmaatregel van €37.269,60 op.