Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
“Formulier dwangsom bij niet tijdig beslissen”. Volgens de datumstempel van binnenkomst is het formulier op 8 augustus 2014 bij de Belastingdienst ingekomen.
3.Het oordeel van de rechtbank
4.Geschil in hoger beroep
5.Standpunten van partijen
6.Beoordeling van het geschil
niet bestemd om te worden aangedreven door een kracht dieuitsluitend(onderstreping Hof) wordt ontleend aan benzine als bedoeld in artikel 22c [van de Wet MRB]”.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 752, nr. 3, blz. 13-15)dat de wijziging van de ‘oude oldtimerregeling’ voornamelijk is ingegeven door veranderingen in het gebruik van oldtimers. Het aantal was aanzienlijk toegenomen en met steeds meer relatief jonge oldtimers werden steeds meer kilometers gereden. Uit zowel budgettaire als milieuoverwegingen heeft de wetgever daarom gekozen voor een aanscherping van de leeftijdsvoorwaarde voor toepassing van de vrijstelling en is er onderscheid gemaakt in de overgangsregeling voor wat betreft de brandstofsoort. De gedachte van de wetgever was dat met name bezitters van LPG-oldtimers - naast bezitters van ‘diesel oldtimers’ - veel kilometers met hun auto rijden. Daarnaast zou het bij LPG-oldtimers vrijwel nooit gaan om origineel - achteraf is er namelijk een LPG-tank ingebouwd - rijdend cultureel erfgoed. Naar het oordeel van het Hof is er geen sprake van feitelijk en rechtens gelijke gevallen en zo dit het geval is, bestaat er voor deze ongelijke behandeling een rechtvaardigingsgrond.