ECLI:NL:GHAMS:2016:5224
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.C. Meijer
- C. Uriot
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Bewijs van duurzame gemeenschappelijke huishouding leidt tot medehuurderschap in woonruimte
Appellanten, twee broers die al sinds 1979 samen in een woning wonen, vorderen medehuurderschap van de woning. Het hof bevestigt dat zij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren, ondersteund door uitgebreide getuigenverklaringen die het gezamenlijke gebruik en de financiële afspraken bevestigen.
Woonwaard betwist het medehuurderschap onder meer op basis van inschrijvingen in het BRP en het feit dat de huurovereenkomst slechts op naam van één broer staat. Het hof oordeelt dat deze bezwaren onvoldoende zijn om het bestaan van de gemeenschappelijke huishouding te ontkennen.
Gezien de langdurige gezamenlijke bewoning, het gedeelde huishouden en de financiële afspraken wijst het hof het beroep van Woonwaard af en bepaalt dat het medehuurderschap met ingang van het arrest ingaat. Tevens wordt Woonwaard veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant sub 2 wordt met ingang van het arrest medehuurder van de woning.