ECLI:NL:GHAMS:2016:5441
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen onbeperkt recht grootouder op informatie over minderjarige bij kinderbeschermingsmaatregel
In deze civiele zaak stond centraal of een grootouder als belanghebbende kon worden aangemerkt in alle procedures rondom een minderjarige en of zij recht had op inzage in alle stukken betreffende de minderjarige. De grootouder stelde dat zij door haar nauwe persoonlijke band en langdurige verzorging van de minderjarige aanspraak maakte op deze rechten, mede op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De gecertificeerde instelling (GI) voerde aan dat toestemming van de minderjarige vereist is voor het delen van privacygevoelige informatie en dat de grootouder geen wettelijk vertegenwoordiger is, waardoor zij geen recht heeft op inzage in het dossier. Het hof bevestigde dat de beoordeling of iemand belanghebbende is per zaak moet plaatsvinden en dat de nauwe persoonlijke relatie niet automatisch dit recht geeft.
Voorts oordeelde het hof dat op grond van de Jeugdwet en het Burgerlijk Wetboek toestemming van de minderjarige noodzakelijk is voor het verstrekken van informatie aan derden zoals de grootouder. Het verzoek van de grootouder werd daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank Noord-Holland werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de grootouder af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank dat zij geen onbeperkt recht heeft op informatie over de minderjarige zonder diens toestemming.