Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2]
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de verkrijgende verjaring van een strook grond centraal. Het hof overwoog dat geïntimeerden voorshands hebben bewezen dat zij gedurende minimaal twintig jaar onafgebroken en ondubbelzinnig het perceeltje in bezit hadden. Appellanten zagen af van het leveren van tegenbewijs, waardoor het hof de eigendom van het perceel aan geïntimeerden toekende.
Daarnaast werd gedebatteerd over de hoogte van de buitengerechtelijke advocaatkosten die de rechtbank aan geïntimeerden had toegekend. Appellanten stelden dat deze kosten te hoog waren en dat de schade reeds door een verzekeraar was vergoed. Het hof oordeelde echter dat het inschakelen van een advocaat gezien de omstandigheden redelijk was en dat het toegekende bedrag passend was.
Alle overige grieven van appellanten werden verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Noord-Holland en veroordeelde appellanten en geïntimeerden in de proceskosten van het principaal en incidenteel hoger beroep respectievelijk.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geïntimeerden eigenaar zijn geworden door verkrijgende verjaring en wijst de gevorderde advocaatkosten toe.