De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor ordeverstoring op 29 december 2014 op het Koningsplein te Amsterdam. Verdachte had daar luidruchtig geschreeuwd, wat volgens het hof leidde tot een oploop van publiek en daarmee de openbare orde verstoorde.
De verdediging voerde aan dat het gedrag van verdachte niet als ordeverstoring kon worden aangemerkt omdat het geluid op straat bij sluitingstijd van een club normaal is. Het hof oordeelde echter dat het geschreeuw van verdachte, dat leidde tot een oploop, wel degelijk een verstoring van de orde vormde. De eerdere veroordeling tot een geldboete van €110, subsidiair 2 dagen hechtenis, werd bekrachtigd.
Het hof nam mee dat verdachte de rust en orde in het publieke domein had gefrustreerd en dat hij slechts eerder was veroordeeld voor rijden onder invloed. De straf werd passend geacht gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan.