ECLI:NL:GHAMS:2016:5753
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot schorsing tenuitvoerlegging vonnis in hoger beroep
In deze zaak heeft IC E-Norm in hoger beroep een incidentele vordering ingesteld tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 30 december 2015. Dit vonnis wees grotendeels de vorderingen van de wederpartij toe en veroordeelde IC E-Norm tot betaling van proceskosten.
Eerder werd een soortgelijke vordering tot schorsing in kort geding door de voorzieningenrechter afgewezen. IC E-Norm meende daarop dat de incidentele vordering in hoger beroep niet meer nodig was en heeft deze vervolgens ingetrokken. De wederpartij verzette zich tegen deze intrekking, waarna het hof besliste dat het incident alsnog inhoudelijk moest worden behandeld.
Het hof overwoog dat indien een vordering tot schorsing reeds in kort geding is afgewezen en geen nieuwe feiten zijn gesteld die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen, de incidentele vordering in hoger beroep niet ontvankelijk is. Daarnaast achtte het hof het standpunt van IC E-Norm dat zij geen belang meer heeft bij de vordering overtuigend.
Daarom wees het hof de incidentele vordering af en hield de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis is afgewezen wegens gebrek aan belang en eerdere afwijzing in kort geding.