Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vordering van het openbaar ministerie
Vrijspraak
- Het arrest van het Hof van Justitie EU (C-554/13) heeft naar de letter geen betrekking op het openbare orde begrip neergelegd in artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn (Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven). Een redelijke uitleg brengt met zich dat deze uitspraak ook van belang is voor het openbare orde begrip in andere artikelen dan in artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn.
- Uit C-554/13 volgt dat het openbare orde begrip zo moet worden uitgelegd dat beoordeeld zal moeten worden of – kortgezegd – sprake is van een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde. Een en ander is geconcretiseerd in een uitspraak van de Raad van State (naar het hof begrijpt: de uitspraak van de Raad van State van 20 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3579).
- De strafrechter zal een onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter dienen te respecteren. Dit is slechts anders indien sprake is van evidente strijd met rechtstreeks werkende bepalingen van het Europese unierecht.
- In de situatie van de verdachte is het door de verdachte ingestelde beroep bij de rechtbank alsnog ongegrond verklaard. In de beroepsprocedure is geen aandacht besteed aan het openbare orde begrip.
- De belangrijkste grondslag voor het inreisverbod van de verdachte vormde de veroordeling van de rechtbank Amsterdam van 2 januari 2013. Het betreft gewelds- en vermogensfeiten, bedreiging en belediging. Dergelijke feiten hebben een grote impact op de samenleving. De feiten waren actueel.
- Derhalve is voldaan aan de criteria die volgen uit C-554/13 en de uitleg van de Raad van State.
- Als het hof daarover anders zou denken is in ieder geval geen sprake van
- Het openbaar ministerie gaat uit van de rechtstreekse werking van artikel 11, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn.
- Ten aanzien van artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn ligt de rechtstreekse werking ingewikkelder. Het is op zijn minst twijfelachtig of artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn rechtstreekse werking toekomt. Derhalve kan geen sprake zijn van evidente strijd met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht.
Rechtsoverweging 41
Rechtsoverweging 60
Betrokkene is veroordeeld ter zake van verschillende misdrijven (…). Zo is betrokkene door onherroepelijk vonnis d.d. 2 januari 2013 door de Meervoudige Strafkamer te Amsterdam veroordeeld tot 13 maanden gevangenisstraf, wegens overtreding van:
- Artikel 197 Wetboek Pro van Strafrecht (hierna WvS(…))
- Artikel 310 WvS Pro (…)
- Artikel 300, eerste lid, WvS (…)
- Artikel 285, eerste lid, WvS (…)
- Artikel 197 WvS Pro (…)
- Artikel 285, eerste lid, WvS (…)
- Artikel 266, eerste lid WvS juncto artikel 267 ahf Pro/sub 2 WvS (…)
- Artikel 197 WvS Pro (…)
- Artikel 197 WvS Pro (…)
- Artikel 197 WvS Pro (…)
- Artikel 266, eerste lid, WvS, juncto artikel 167 ahf Pro/sub 2, WvS (…)
- Artikel 197 WvS Pro (…)
- Artikel 285, eerste lid, WVS (…)
- Artikel 197 WvS Pro (…)
- Artikel 197 WVS Pro (…)