ECLI:NL:GHAMS:2016:5830
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek omzetting faillissement in schuldsanering wegens termijnoverschrijding
Appellant [X] was failliet verklaard op verzoek van een schuldeiser op 26 mei 2015. Hij diende op 20 april 2016 een verzoek in tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af wegens niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek niet binnen de veertien dagen termijn van artikel 3 Faillissementswet Pro was ingediend.
In hoger beroep betoogde appellant dat de termijn niet fataal was en dat hij door omstandigheden niet tijdig een verzoek had ingediend. Ook stelde hij dat toelating tot de schuldsanering gunstig zou zijn voor schuldeisers. De curator verklaarde dat bij niet-ontvankelijkheid het faillissement zou worden opgeheven wegens gebrek aan baten en dat appellant later een nieuw verzoek kan indienen.
Het hof oordeelde dat de termijn uit artikel 3, eerste lid, Faillissementswet in beginsel fataal is en dat appellant geen omstandigheden had aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. Hij had de oproepingsbrief ontvangen en had hulp kunnen vragen indien hij de gevolgen niet begreep. De stelling dat zijn ex-echtgenote wel was toegelaten tot schuldsanering en de proceseconomische argumenten konden het oordeel niet wijzigen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde appellant alsnog niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot omzetting van het faillissement in schuldsanering.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot omzetting van faillissement in schuldsanering wegens het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn.