Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Verordening (EU) Nr. 627/2011
“alle andere ondernemingen”moet in ieder geval niet een percentage van 71,9% worden toegepast, maar een percentage van 71,5%. Het betreft hier in ieder geval geen definitief antidumpingrecht, maar hoogstens (de definitieve inning van) een voorlopig recht. In artikel 10, lid 3 is bepaald dat als het definitieve recht hoger is dan het voorlopige recht, het verschil niet wordt geïnd.
Berekening van het te betalen bedrag:
3.Geschil in hoger beroep
4.Wettelijk kader
Artikel 1
Artikel 1
5.Beoordeling van het geschil
voornemensdefinitieve antidumpingrechten (71,9%) na te vorderen voor een bedrag van € 76.054,38 (zie 2.3.1), maar nadat de gemachtigde er op heeft gewezen dat hoogstens sprake kan zijn van de definitieve inning van het voorlopige recht van 71,5% (zie 2.3.2) heeft de inspecteur zijn voornemen bijgesteld en belanghebbende bericht dat hij zal overgaan tot definitieve inning van het voorlopige recht van 71,5%, tot een bedrag van € 75.631,27 (zie 2.3.3). Het in de bestreden UTB vermelde bedrag stemt overeen met het voorlopige recht en niet met het definitieve recht. De primaire stelling van belanghebbende faalt derhalve.