Uitspraak
1.KANTOORTOREN ZAANSTAD V.O.F.,
2. BEHEERMAATSCHAPPIJ UNE DE MAI B.V.,
3. DUFRO HANDLING AND MANAGEMENT B.V.,
4. PRESTIGE B.V.,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
en uw standpunt terzake de vergoedingsplicht. (...)
op dit punt aan te passen.”
grieven II en IIIkunnen gezamenlijk worden besproken omdat zij beide inhouden dat de rechtbank ten onrechte de op een door de gemeente jegens Kantoortoren begane onrechtmatige daad gebaseerde vorderingen heeft afgewezen.
grief V(grief IV ontbreekt) inhoudt dat de rechtbank de vorderingen van Kantoortoren ten onrechte heeft afgewezen, mist hij zelfstandige betekenis en kan hij onbesproken blijven. Voor zover deze grief betoogt dat Kantoortoren ten onrechte in de proceskosten (in reconventie) van de eerste aanleg is veroordeeld en dat de gemeente dient te worden veroordeeld tot terugbetaling van die door Kantoortoren betaalde kosten, met rente, faalt de grief omdat de rechtbank, gezien het lot van de andere grieven, Kantoortoren terecht in die kosten heeft verwezen.