Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
2016
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of [X], een busvervoerbedrijf, haar verplichtingen uit de cao voor het besloten busvervoer had nageleefd door tijdig en volledig informatie te verstrekken aan de Stichting Fonds Scholing en Ordening. De Stichting voerde aan dat [X] onvoldoende medewerking had verleend aan een onderzoek naar de naleving van de cao, met name over uitzendkrachten die via Mondeal Chauffeursdiensten BV werkzaam waren.
De rechtbank had eerder een forfaitaire schadevergoeding van €180.000 toegekend, maar het hof mat deze aanzienlijk tot €35.000. Het hof oordeelde dat [X] onvoldoende had gecontroleerd of het uitzendbureau de cao naleefde, terwijl zij zich niet kon beroepen op het ontbreken van gegevens vanwege de Wet Bescherming Persoonsgegevens. De matiging was mede ingegeven door de financiële situatie van [X] en het feit dat de Stichting geen concrete schade had gespecificeerd.
Daarnaast wees het hof de vordering tot verdere informatieverstrekking af omdat [X] inmiddels alle beschikbare gegevens had verstrekt en het belang van de Stichting was komen te vervallen door het faillissement van Mondeal. De buitengerechtelijke incassokosten werden beperkt toegewezen tot €1.000. De proceskosten werden deels gecompenseerd. Het arrest bevestigt de bevoegdheid van de Stichting tot onderzoek en legt een zorgplicht op werkgevers om zich te verzekeren van cao-naleving door uitzendbureaus.
Uitkomst: Het hof veroordeelt [X] tot betaling van een gematigde schadevergoeding van €35.000 en buitengerechtelijke kosten van €1.000 wegens het niet nakomen van haar informatieplicht uit de cao.