ECLI:NL:GHAMS:2017:1045
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheidseis echtgenote van verlieslatende effectenleaseovereenkomsten
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de echtgenote van geïntimeerde de nietigheid van diverse effectenleaseovereenkomsten rechtsgeldig had ingeroepen. Dexia betoogde dat de vernietigingsbrief onvoldoende specifiek was omdat niet alle leaseovereenkomsten expliciet werden genoemd. Het hof oordeelde dat de brief van 2 april 2003, waarin de echtgenote zich beroept op vernietiging van alle zonder haar toestemming gesloten overeenkomsten, voldeed aan de eisen van artikel 3:50 BW Pro.
Het hof verwees naar eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare brieven als voldoende duidelijk werden beschouwd. De stelling van Dexia dat alleen de in de brief genoemde overeenkomsten vernietigd konden worden, werd verworpen. De verklaring van de echtgenote maakte duidelijk dat zij alle verlieslatende contracten wilde vernietigen, ook al wist zij niet precies om welke contracten het ging.
Het hof concludeerde dat de vernietigingsbrief voldoende duidelijk maakte dat de echtgenote zich wilde bevrijden van de gebondenheid aan alle verlieslatende leaseovereenkomsten. Hierdoor faalde de grief van Dexia en werd het vonnis waarvan beroep bekrachtigd, met veroordeling van Dexia in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de vernietigingsbrief van de echtgenote voldoende duidelijk was om alle verlieslatende leaseovereenkomsten nietig te verklaren.