ECLI:NL:GHAMS:2017:1295
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens niet-tijdig bezwaar
De inspecteur legde belanghebbende een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) op voor het tijdvak 9 januari 2014 tot en met 12 maart 2014. Belanghebbende maakte bezwaar, maar dit werd door de inspecteur kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Hof onderzocht of de naheffingsaanslag tijdig en op de juiste wijze was bekendgemaakt. Uit een intern rapport bleek dat de aanslag tijdig en correct via postbezorging aan het bij de inspecteur bekende adres was verzonden. Belanghebbende had niet aangetoond dat hij de aanslag niet had ontvangen of dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
Verder oordeelde het Hof dat belanghebbende pas op 16 februari 2015 een bezwaarschrift indiende, wat buiten de wettelijke termijn viel. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de belastingplicht enkel afhing van het houderschap van het voertuig. Ook een gevorderde dwangsom wegens het niet tijdig doen van een uitspraak op bezwaar werd afgewezen, evenals een immateriële schadevergoeding wegens reputatieschade.
Het Hof bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting blijft in stand.