ECLI:NL:GHAMS:2017:1762
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- C. Uriot
- G.J. Visser
- Rechtspraak.nl
Geen verkrijgende verjaring van deel kadastraal perceel en bevestiging eigendom
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de Alliantie door verkrijgende verjaring eigenaar was geworden van een deel van het perceel van de geïntimeerde. De Alliantie voerde aan dat zij het stuk grond sinds 1990 in bezit had en dat dit bezit door haar rechtsvoorganger was voortgezet, met het plaatsen van een schutting als bewijs van inbezitneming.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de Alliantie niet had bewezen dat het bezit voor 1994 was begonnen en kende de vorderingen van de geïntimeerde toe. Het hof onderzocht vervolgens of en vanaf wanneer de Alliantie als bezitter kon worden aangemerkt. Het stelde vast dat het enkele gebruik van een schuur niet voldoende was voor bezit, maar dat het plaatsen van een schutting wel een zodanige machtsuitoefening kon zijn dat het bezit van de geïntimeerde teniet was gedaan.
Uit getuigenverklaringen bleek echter onduidelijk wanneer de schutting was geplaatst. Het hof concludeerde dat de schutting vermoedelijk tussen 1995 en 1997 is geplaatst, waarna de Alliantie het bezit zou hebben verkregen. Desondanks faalde het beroep op verkrijgende verjaring omdat niet kon worden vastgesteld dat de Alliantie of haar rechtsvoorganger te goeder trouw was bij het verkrijgen van het bezit.
De vorderingen van de geïntimeerde werden daarom toegewezen en de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd. De Alliantie werd veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vorderingen van de geïntimeerde toewijst en wijst het beroep op verkrijgende verjaring af.