Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[de vrouw] ,
[de vrouw] ,
2. [de man] ,
[de man] ,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak zijn verzoekers in eerste aanleg niet-ontvankelijk verklaard in hun gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding omdat zij verzuimd hadden een ouderschapsplan over te leggen, een vereiste volgens artikel 815 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
In hoger beroep hebben verzoekers alsnog een door beiden ondertekend ouderschapsplan overgelegd. Het hof oordeelt dat dit verzuim hiermee is hersteld, waardoor verzoekers ontvankelijk zijn in hun verzoek tot echtscheiding. Partijen zijn het erover eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en spreekt de echtscheiding uit. Tevens wordt het ouderschapsplan aan de beschikking gehecht en als herhaald en ingelast beschouwd. Het verzoek om te bepalen dat partijen zich aan het ouderschapsplan dienen te houden wordt afgewezen omdat opname in de beschikking al een executoriale titel vormt.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve voor zover het de echtscheiding betreft. Hiermee wordt het geschil over de echtscheiding en het ouderschapsplan definitief beslecht.
Uitkomst: Het hof verklaart verzoekers ontvankelijk en spreekt de echtscheiding uit met opname van het ouderschapsplan in de beschikking.