Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.WOONSTICHTING EIGEN HAARD,
[geïntimeerde sub 2] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
eerste griefhoudt in dat de vaststelling van de kantonrechter in het vonnis sub 1.3 en 13 dat [appellant] niet heeft willen meewerken aan een bemiddelingsgesprek, geen recht doet aan de zaak. Volgens [appellant] had hij die bereidheid wel, zoals volgt uit diverse producties.
grief IIstelt [appellant] de vraag aan de orde of Eigen Haard adequaat op de klachten van [appellant] heeft gereageerd en of er sprake is van een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW Pro. Ter toelichting betoogt [appellant] dat de overlast kwalificeert als een gebrek van structurele aard. Daarbij is [geïntimeerde sub 2] volgens hem niet aanspreekbaar. Van Eigen Haard mocht verwacht worden meer te doen dan zij heeft gedaan. Bovendien wist zij dat de vorige huurder van de woning van [appellant] de woning had verlaten wegens overlast door [geïntimeerde sub 2] . Zij had dit aan [appellant] moeten melden. Daarnaast geldt dat Eigen Haard [geïntimeerde sub 2] op 3 juli 2013 weliswaar een ‘laatste waarschuwing’ heeft gegeven maar daar kennelijk geen gevolgen aan heeft verbonden. [geïntimeerde sub 2] is onverbeterlijk want ook na het instellen van het hoger beroep is hij opnieuw de fout ingegaan. Eigen Haard had actief moeten bemiddelen en wat zij heeft ondernomen is te vrijblijvend geweest. Aldus telkens [appellant] .