Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDA
1.ING BANK N.V.,
[X] PROPERTIES CV.,
[X] PROPERTIES HOLDING B.V.,
1.[X] PROPERTIES C.V.,
[X] PROPERTIES HOLDING B.V.
1.Het verdere verloop van beide gedingen in hoger beroep
2.Feiten
3.Verdere beoordeling in beide zaken
grief 1betoogt de curator dat de rechtbank door te overwegen dat [X] als opvolgend verhuurster een rechtstreekse aanspraak daaruit heeft, de bankgarantie onjuist heeft uitgelegd.
ingevolge de huurovereenkomstschuldig is aan de verhuurder (gedefinieerd als: [Y] ) of zijn rechtsverkrijgende(n). Het verhuurderschap van de begunstigde lijkt dus in de bankgarantie een uitgangspunt. Daarbij komt dat, zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen, het feit dat de bankgarantie stipuleert dat de verhuurder of zijn rechtsverkrijgende bindend de vervaldatum van de bankgarantie - zes maanden na de feitelijke ontruiming van het gehuurde en het einde van de huurovereenkomst - vaststelt, impliceert dat de rechtsverkrijgende een (rechts)persoon is die als verhuurder bij de huurovereenkomst is betrokken, en niet een derde zonder verdere betrokkenheid daarbij.
grieven 5, 6 en 7, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling.