ECLI:NL:GHAMS:2017:1975
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-informeren bewindvoerder over gebruik bankrekening
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank dat de schuldsaneringsregeling ten aanzien van hem beëindigde zonder hem de schone lei te verlenen. Hij stelde dat hij zijn verplichtingen uit de regeling niet had geschonden en dat eventuele tekortkomingen niet aan hem te verwijten waren, mede vanwege zijn gezondheidsproblemen.
Het hof oordeelde dat appellant wel degelijk tekortgeschoten is in zijn verplichtingen. Hoewel de bewindvoerder op de hoogte was van het bestaan van een ING-rekening, was zij niet geïnformeerd over het feit dat deze rekening actief werd gebruikt en dat er substantiële stortingen op plaatsvonden. Deze stortingen zijn niet aannemelijk als louter onkostenvergoedingen en moeten als inkomsten worden aangemerkt, die aan de boedel hadden moeten worden afgedragen.
Appellant kon niet aantonen dat hij de boedelachterstand binnen een verlengingstermijn zou kunnen inlopen. Bovendien is hij verantwoordelijk voor het verstrekken van volledige informatie aan de bewindvoerder, ook al had hij een beschermingsbewindvoerder. Het hof vond de tekortkomingen ernstig en verwijtbaar, waardoor de beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei gerechtvaardigd is.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De schuldsaneringsregeling van appellant wordt beëindigd zonder toekenning van de schone lei wegens niet-informeren over gebruik bankrekening en benadeling van schuldeisers.