Uitspraak
mr. J.G. Molenaaren
mr. R. Budik, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. M.E. Coenraadsen
mr. L.E.J. Korsten, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
P. de GROOT,
mr. B.W.G. van der Velden, kantoorhoudende te Amsterdam.
Het verloop van het geding
2 De feiten
3.6Conclusie technische voorzieningen/toereikendheidstoets en solvabiliteit
(…)
De bedrijfsvoering is onvoldoende afgestemd op de aard, omvang, risico’s en complexiteit van met name het NGP;
Conservatrix heeft al enige wijzigingen in de interne organisatie doorgevoerd, maar de werking daarvan is nog onbekend.
Van belang is voorts dat op dit moment adequaat renterisicobeleid ontbreekt (…).
Alleen al vanwege het feit dat de modellen zelf niet zijn gevalideerd en gegeven de onzekerheid over de omvang van het renterisico, is DNB van mening dat Conservatrix haar risicobeheerfunctie onvoldoende heeft ingericht. (…)”
run off;
(…) Conservatrix heeft de hypotheekportefeuille als onderdeel van haar beleggingen vanaf vierde kwartaal 2011 opgebouwd met als doel een bepaald gedeelte van de verzekeringsverplichtingen afdoende te matchen (hierna ook: de koppeling). Als de kasstromen van het verzekeringsproduct en de kasstromen van de tegenoverstaande beleggingen in grote mate gelijk zijn, dan kan volgens Conservatrix de belegging tot het eind van het verzekeringsproduct worden aangehouden. Naar de mening van Conservatrix is het werkelijke risico dan beperkt tot de kans dat de tegenpartij in gebreke van betaling blijft (…). Op dit principiële standpunt heeft de voorzitter van de directie herhaaldelijk gewezen (…). Vanuit zijn visie is sprake van een stille reserve in de hypotheekportefeuille die over de jaren vrijkomt voor de polishouders. Om die reden is Conservatrix ervan overtuigd dat de belangen van de polishouders niet in gedrang zijn. (…)
en blocclausule (een eenzijdige wijziging van de polisvoorwaarden door Conservatrix NV) als gevolg waarvan verzekeringsnemers een lager bedrag zullen ontvangen dan bij het sluiten van de polis was gegarandeerd.
reviewten aanzien van de solvabiliteitspositie van Conservatrix NV en het opgestelde afbouwplan. In haar rapport van 11 december 2014 noemt PwC, op basis van door haar voorgestelde aanpassingen met betrekking tot de kostenveronderstellingen, de waardering van de winstdeling en de waardering van de hypotheekportefeuille, de volgende solvabiliteitscijfers per eind november 2014:
en blocclausule te komen.
en blocclausule als onvermijdelijk ziet, zowel in het
run offscenario, als in het overnamescenario.
en blocwijziging onverantwoord acht en niet in het belang van de polishouders. De brief houdt voorts het volgende in:
en blocclausule kan zonder aanvullende maatregelen niet leiden tot een duurzaam en winstgevend bedrijfsmodel en biedt daarom geen structurele oplossing om de gevaarlijke ontwikkeling van de solvabiliteit te keren;
run off;
en blocclausule zal worden vastgelegd dat aan de aandeelhouder geen dividend zal worden uitgekeerd tot het moment dat aan de oorspronkelijke rechten van de polishouders alsnog is voldaan;
en blocclausule;
en blocmaatregel, met welke reikwijdte dan ook, onzorgvuldig acht omdat niet vaststaat dat daarmee een structurele oplossing voor de solvabiliteitsproblematiek van Conservatrix NV wordt bereikt;
en blocmaatregel vooralsnog onredelijk bezwarend jegens de polishouders acht;
en blocclausule en dat de onderhandelingen binnen acht weken resulteren in een onvoorwaardelijke bieding.
en blocclausule toe te passen.
en blocclausule. Op 1 december 2016 heeft DNB aan Conservatrix Groep medegedeeld dat het bestuur van Conservatrix NV geen “
en blocbesluit” kan nemen omdat het bestuur daardoor in strijd zou handelen met de op haar rustende medewerkingsplicht van artikel 3:159e lid 1 sub a Wft.
en blocmaatregel en ingrijpende aanpassingen in de bedrijfsvoering en de governance. Op 6 december 2016 heeft Conservatrix Groep aan Conservatrix NV laten weten dat zij dit plan niet haalbaar acht.
tot inzet van de en-bloc clausule, zoals vastgelegd in artikel 21 van Pro de Algemene Voorwaarden, overeenkomstig scenario H uit het Mercer Rapport en conform het En Bloc Beleid”.
en blocwijziging, aangezien dit de voorbereiding van een overdrachtsplan zou doorkruisen vanwege de onzekerheid verband houdend met het recht van polishouders om die wijziging in rechte aan te vechten en (b) een
en blocwijziging niet meer in de rede ligt vanwege de voorgenomen intrekking van de vergunning en de daarmee gepaard gaande afwikkeling van het verzekeringsbedrijf. Voorts heeft DNB te kennen gegeven dat de algemene vergadering niet voldoet aan de medewerkingsplicht en dat zij daarom heeft besloten dat de curator alle organen van Conservatrix NV kan verplichten tot het verrichten of nalaten van door hem te bepalen handelingen.
3.De gronden van de beslissing
en blocclausule;
income approach) bij waardering van de hypotheekportefeuille strookt met IFRS en met Solvency II.
en blocclausule is nodig om de huidige impasse in discussie met DNB te doorbreken en leidt niet tot benadeling van verzekerden omdat Conservatrix NV geen dividend zal uitkeren zolang de wijziging van de polisvoorwaarden niet kan worden teruggedraaid. DNB heeft toepassing van de
en blocclausule ten onrechte verboden. Het bestuur heeft onder druk van DNB en zonder goede grond afgezien van toepassing van de
en blocclausule.
en blocclausule en (c) de door Conservatrix NV in te nemen positie ten opzichte van het optreden van DNB.
en blocclausule als enige maatregel niet toereikend is ter oplossing van de problemen waarin Conservatrix NV verkeert, is geen grond voor twijfel aan een juist beleid omdat:
en blocclausule twijfelachtig is en toepassing van de
en blocclausule daarom de onzekerheid rondom Conservatrix NV zou vergroten; tegen de achtergrond van de ratio van de Interventiewet moet aangenomen worden dat de
en blocclausule niet bedoeld is als “drukventiel” waarmee de garantie die de kern vormt van het belangrijkste product van Conservatrix, het NGP, aan de polishouders kan worden ontnomen;
en blocmaatregel, DNB bij brief van 20 mei 2016 als voorwaarde voor voortzetting van het vrijwillige overnametraject heeft gesteld dat geen
en blocmaatregel wordt voorgesteld en DNB bij brief van 31 mei 2016, met een beroep op de medewerkingsplicht, Conservatrix NV heeft verboden enige
en blocmaatregel te treffen.
en blocclausule niet onder ogen heeft willen zien. Het bestuur van Conservatrix NV heeft bij brief van 2 december 2016 (zie 2.36) aan Conservatrix Groep een plan voorgelegd dat naast inbreng van kapitaal en aanpassingen in de bedrijfsvoering en de governance ook een beperkte
en blocmaatregel inhoudt. Conservatrix Groep heeft op 6 december 2016 te kennen gegeven dit plan niet haalbaar te achten.
en blocclausule niet leiden tot het oordeel dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen.
Conservatrix NV en laatstgenoemde was nog bestuurder ten tijde van de sub c genoemde maatregel. Beiden hebben ter zitting verklaard dat tegen deze besluiten van DNB geen (bestuursrechtelijk) bezwaar of beroep is ingesteld. De brief van DNB van 23 september 2014 (zie 2.9) vermeldt dat de (toenmalige) voorzitter van het bestuur van Conservatrix NV bij brief van 13 augustus 2014 een pro forma bezwaarschrift heeft ingediend tegen de afwijzing van het herstelplan en de aanpassing van de opdracht aan de curator. De Ondernemingskamer begrijpt dat dit pro forma bezwaar geen vervolg heeft gekregen.
Conservatrix NV tegen DNB reële kans van slagen zouden hebben gehad en dat die kans van slagen zou hebben opgewogen tegen de met die procedures gemoeide tijd, kosten en inspanningen. Dat geldt ook voor de keuze van Conservatrix NV om zich niet te mengen in het kort geding van Conservatrix Groep tegen DNB.
Conservatrix NV aanleiding hadden moeten zijn om, ter verdediging van de autonomie van haar bestuur, op te treden tegen DNB.
en blocmaatregel (in het bijzonder een verlaging van het garantieniveau met 40%) onvermijdbaar is. Het bestuur van Conservatrix NV hoefde zich niet geroepen te voelen om het standpunt van DNB als verwoord in de brief van 20 juli 2016 aan Conservatrix Groep
(zie 2.30) – inhoudende dat de geheimhoudingsverplichting in het kader van de voorbereiding van het overdrachtsplan ook voor de organen van Conservatrix NV ten opzichte van elkaar geldt – reeds omdat gesteld noch gebleken is (en in het licht van de door Conservatrix Groep in deze procedure overgelegde stukken ook niet aannemelijk is) dat die opvatting van DNB het vennootschappelijk functioneren van Conservatrix NV heeft belemmerd.
4.De beslissing
Conservatrix NV;