Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
uit het complete onderzoek werd onder meer duidelijk dat deze huurwoning wel als woning in gebruik was maar dat er tevens sprake was van harddrugshandel.
Gerechtshof Amsterdam
De huurder gebruikte de gehuurde woonruimte voor de opslag en handel in soft- en harddrugs, zoals vastgesteld door politie-invallen en een proces-verbaal. Ondanks betwisting door de huurder, oordeelt het hof dat de omvang en aard van de aangetroffen middelen en handelsattributen wijzen op drugshandel.
De verhuurder, een sociale woningcorporatie, stelde dat de huurder niet als goed huurder handelde en dat het gebruik van de woning in strijd was met de bestemming. De kantonrechter wees de vorderingen tot ontbinding en ontruiming af, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat ontbinding gerechtvaardigd is, ook zonder expliciete bepaling in de huurovereenkomst.
Het hof benadrukte dat het belang van de verhuurder bij handhaving van een strikt anti-drugsbeleid en het waarborgen van de leefbaarheid en veiligheid van de woonomgeving zwaarder weegt dan het woonbelang van de huurder. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken wegens drugshandel en onrechtmatig gebruik van de woning.