ECLI:NL:GHAMS:2017:201
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis ontbinding huurovereenkomst en betalingsveroordeling bedrijfsruimte
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [appellante] tegen een vonnis van de kantonrechter dat de huurovereenkomst met Rochdale ontbindt wegens tekortkomingen van [appellante]. De huurovereenkomst betrof een bedrijfsruimte verhuurd voor de periode tot 31 juli 2018. Rochdale vorderde betaling van achterstallige huur, ontruiming en schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging.
De kantonrechter wees de vorderingen toe, waarbij de schadevergoeding werd beperkt tot een bedrag gelijk aan drie maanden huur vanaf de datum van ontruiming, met een maximum tot het moment van herverhuur of het einde van de huurovereenkomst. In hoger beroep werd door partijen verzocht af te zien van beoordeling van ontbinding en ontruiming, omdat de bedrijfsruimte inmiddels was verlaten.
Het hof oordeelde dat [appellante] onvoldoende gemotiveerd had betwist dat zij een huurachterstand had en dat de schadevergoeding op grond van artikel 6:277 BW Pro niet onaanvaardbaar was. De huurovereenkomst was voor bepaalde tijd en ontbonden wegens tekortkomingen, waardoor schadevergoeding verschuldigd is. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde [appellante] tot betaling van de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [appellante] tot betaling van achterstallige huur en schadevergoeding.