Uitspraak
1.Inleiding
- de rechtmatigheid van de toepassing door het Openbaar Ministerie van de strafvorderlijke regeling van de kroongetuigen;
- de rechtmatigheid van door de Staat aan de kroongetuigen gedane toezeggingen;
- de door de Staat aan de kroongetuigen (aan)geboden bescherming, de ontbrekende transparantie daaromtrent, mede in het licht van het strafvorderlijke beloningsverbod;
- de rechtmatigheid van de door de officier van justitie met de kroongetuigen gemaakte afspraken;
- de totstandkoming van de door de kroongetuigen afgelegde verklaringen;
- de door de kroongetuigen afgelegde verklaringen: de betrouwbaarheid van de inhoud daarvan;
- tal van kwesties met betrekking tot strafrechtelijk bewijs, en
- de straftoemeting, mede in het licht van de toelaatbaarheid van oplegging van de levenslange gevangenisstraf.
De rechter-commissaris toetst op een afstandelijker wijze of het door de officier van justitie gepresenteerde voornemen op basis van de aan hem verstrekte informatie verantwoord en rechtmatig kan worden geacht.”En hij treedt niet in de beoordeling of
“het maken van een afspraak het enige en juiste middel is, dan wel een andere opsporingsstrategie is aangewezen”. [2] Bovendien is overwogen dat een afspraak vooral tot stand zal komen in een vroege fase van de opsporing waarin nog niet veel onderzoeksbevindingen beschikbaar zijn noch ter beschikking kunnen worden gesteld. Het oordeel van de rechter-commissaris is gebaseerd op de dan bekende feiten en omstandigheden. Daardoor is het voorlopig van aard.
“Weliswaar blijft de zittingsrechter eveneens bevoegd de totstandgekomen afspraak alsnog af te keuren, maar een dergelijke situatie zal zich redelijkerwijs pas voordoen indien er nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen die de gemaakte afspraak in het fundament aantasten en die de rechter-commissaris ten tijde van zijn toetsing niet bekend waren (zoals bedrog van de zijde van de criminele getuige of bewuste misleiding door openbaar ministerie of politie).
2.De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Standpunt verdediging
kroongetuige [Peter la S.]is met betrekking tot het handelen van het Openbaar Ministerie het volgende gebleken.
Beoordeling door het hof
Inleiding
De toepasselijke regelgeving
Wet toezeggingen aan getuigen in strafzakenopgenomen. In afdeling 4b van die titel van dat boek is die regeling toegespitst op toezeggingen aan de getuige die tevens verdachte is. Deze regeling houdt, voor zover van belang, het volgende in.
Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken.
Besluit getuigenbeschermingvastgesteld.
Instructie getuigenbeschermingvermelding.
Getuigenbescherming
Ongeoorloofde toezeggingen?
Het verweer
Bespreking van het verweer
De verhouding tussen de Wet toezeggingen aan getuigen in strafzaken en het opportuniteitsbeginsel
Het gevoerde verweer
Bespreking van het verweer
Inleidend
De omvang van de strafvervolging in relatie tot de verklaringsafspraak
[slachtoffer 11] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 10]
[Peter la S.] en de aanslag op [getuige 8] .
[Peter la S.] en de gewelddadige dood van [slachtoffer 13]
Het afzien van voordeelsontneming in relatie tot de verklaringsafspraak
De hoogte van de basis-strafeis in relatie tot de omvang van de toezegde vordering tot vermindering
De “ [Willem H.] -weglatingen” als onrechtmatige toezegging van het Openbaar Ministerie aan de kroongetuige [Peter la S.]
3.Het bewijs
- het gebruik van de ATF [telefoonnummer 1] die in de betreffende periode door [Jesse R.] en [Mohamed R.] werd gebruikt is steeds zowel wat tijdstippen als wat locaties betreft in verband te brengen met
- in de zaak Tanta kan worden vastgesteld dat er rondom het tijdstip van de moorden contacten zijn tussen nummers die in verband kunnen worden gebracht met [Jesse R.] , [Mohamed R.] en [Raymond V.] ;
- in de zaak Opa kan ook het gebruik van de in die periode door [Freek S.] gebruikte ATF [telefoonnummer 4] zowel wat tijdstippen als wat locaties betreft in verband worden gebracht met die zaak;
- in de zaak Opa kan worden vastgesteld dat er rondom het tijdstip van de moord contacten zijn tussen nummers die in verband kunnen worden gebracht met [Jesse R.] , [Mohamed R.] , [Freek S.] , [Pinny S.] en [N.P. de B.] ;
- in de zaak Cobra kan worden vastgesteld dat er rondom het tijdstip van de moorden contacten zijn tussen nummers die in verband kunnen worden gebracht met [Jesse R.] , [Mohamed R.] , [betrokkene 7] , [Siegfried S.] en [betrokkene 8] .
“U houdt mij voor dat ik ook heb verklaard over de betrokkenheid van [Freek S.] bij de zaak Opa. Hij zat in de softere tak van het clubje. Ik kan me niet precies herinneren in welke hoedanigheid [Freek S.] betrokken was of bij welke zaak, maar [Jesse R.] heeft mij verteld dat [Freek S.] betrokken was. U houdt mij voor dat ik [Freek S.] heb genoemd als de chauffeur. Ik kan me dat niet herinneren. In eerste aanleg is die overtuiging ook op losse schroeven komen te staan, omdat er dingen door elkaar zijn gaan lopen.”Er is daarom aanleiding de verklaringen van [Peter la S.] omtrent de rol van [Freek S.] met voorzichtigheid te beschouwen, ook al omdat er inderdaad in 1993 een ander incident is geweest waarbij [Jesse R.] en [Freek S.] , na een door hen gepleegde overval, samen in een auto wegreden. Daarbij heeft [Jesse R.] geschoten.
[Jesse R.]naar de plaats delict zou hebben gebracht.